Den Bosch 073-7600100 | Oss 0412-693131

Nieuws

sep 22, 2017
|
Ingezonden door: vanewijk
|
Categorie: Algemeen

Ontwikkelingen in het Omgevingsrecht: verduidelijking begrip ‘belanghebbende’

In een recente uitspraak (23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) in een algemene overweging een verduidelijking gegeven over de invulling van het  criterium ‘gevolgen van enige betekenis’.

In deze zaak ging het om de vraag of de omwonenden van een mestbassin voldeden aan de criteria voor het zijn van belanghebbende. Een van die criteria is, dat het voor het zijn van belanghebbende aannemelijk moet zijn dat ter plaatse van de woning of het perceel van de betrokkene gevolgen van enige betekenis kunnen worden ondervonden (volgens de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:737). In die uitspraak  is de Afdeling teruggekomen op zijn eerdere uitspraak van 12 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7107, waarin niet van belang werd geacht in welke mate milieugevolgen kunnen worden ondervonden.

De Afdeling overweegt over dit punt: “Het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

De kring van belanghebbenden kan verschillen naar gelang de aard van het besluit. Zo hoeft de kring van belanghebbenden bij een handhavingsbesluit niet altijd samen te vallen met de kring van belanghebbenden bij een besluit tot vergunningverlening.

Bij besluiten over activiteiten in het omgevingsrecht is het de taak van het bestuursorgaan om de kring van belanghebbenden vast te stellen aan de hand van (onderzoek naar) de feitelijke gevolgen van het besluit. Uiteindelijk is het aan de bestuursrechter om te oordelen over de vraag wie belanghebbende bij een besluit zijn. De betrokken rechtzoekende hoeft derhalve niet zelf aan te tonen dat hij belanghebbende bij een besluit is. Slechts indien tijdens de procedure de vraag aan de orde is of ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken en dus de vraag of er aanleiding is de correctie toe te passen, kan en mag van de betrokkene worden gevraagd uit te leggen welke feitelijke gevolgen hij van de activiteit ondervindt of vreest te zullen ondervinden.”

Met deze uitspraak wordt het dus weer (iets) duidelijker wanneer een betrokkene een belanghebbende bij een besluit is in de zin van de Awb. In deze zaak werd daarom geoordeeld dat omwonenden die meer dan 250 meter van het mestbassin wonen, wél belanghebbenden zijn. Daarmee was de slag wel gewonnen, maar de oorlog nog niet. Uiteindelijk krijgt men op de inhoud – helaas voor de omwonenden – alsnog nul op het rekest.

Wilt u meer informatie over procedures in het Omgevingsrecht, neem dan contact op met mr. Paulien Mars via 073 – 7600100 of  0412 – 693131 of stuur een mail naar pmars@vanewijkadvocaten.nl