Den Bosch 073-7600100 | Oss 0412-693131

Transitievergoeding

Op grond van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) hebben werknemers die twee jaar of langer hebben gewerkt bij een werknemer (ook als sprake is van een tijdelijke arbeidsovereenkomsten of ziekte) vanaf 1 juli 2015 in beginsel recht op een transitievergoeding, indien de werkgever de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen of niet wenst voort te zetten.

Wanneer is de vergoeding verschuldigd?

Indien er sprake is van een dienstverband dat 24 maanden of langer heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst:

A. door de werkgever is opgezegd;

B. op verzoek van werkgever is ontbonden;

C. na einde van rechtswege op initiatief van werkgever niet is voortgezet.

 OF

als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever:

A. de arbeidsovereenkomst door de werknemer is opgezegd;

B. arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer is ontbonden;

C. arbeidsovereenkomst na einde van rechtswege op initiatief van werknemer niet is voortgezet.

Wanneer is de Transitievergoeding niet (langer) verschuldigd?

De transitievergoeding is niet (langer) verschuldigd indien sprake is van:

  • een vaststellingsovereenkomst, indien de arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijds goedvinden;
  • ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer;
  • ontslag in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, dan wel ontslag na het bereiken van de pensioenleeftijd;
  • jongeren < 18 jaar  en met een klein dienstverband (maximaal 12 uur per week);
  • faillissement – surseance, of toepassing van de Wet Schuldsanering Natuurlijke personen voor de werkgever.

Berekening TransitieVergoeding

Eerste 10 jaar (120 mnd): 1/6 bruto maand salaris voor elke 6 mnd looptijd arbeidsovereenkomst.

Na 10 jaar (na 120 mnd): 1/4 bruto maandsalaris voor elke 6 mnd looptijd arbeidsovereenkomst met als max € 76.000 ( per 1 januari 2016) of een Jaarsalaris.

Bij Opvolgend werkgeverschap: is er sprake van samentelling van periodes.

Bruto maandsalaris = voor de berekening hiervan wordt uitgegaan van dezelfde berekening als die gold voor de vroegere kantonrechtersformule (basis salaris  plus vakantietoeslag, vaste 13e maand, structurele overwerkvergoeding en vaste ploegentoeslag)

De werkgever mag bedragen in mindering brengen op Transitievergoeding:

  •  eerder betaalde transitievergoeding bij voorafgaande arbeidsovereenkomst;
  • transitiekosten: Kosten van maatregelen in verband met het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, gericht op het voorkomen van werkloosheid of bekorten daarvan: omscholing – outplacement – langere opzegtermijn / betaald verlof;
  • inzetbaarheidskosten: Kosten in verband met het bevorderen van een bredere inzetbaarheid werknemer tijdens arbeidsovereenkomst buiten de organisatie van de werkgever.

 Als voorwaarde geldt hiervoor dat de werknemer vooraf schriftelijk moet instemmen hiermee.

Rekenvoorbeeld Transitievergoeding:

Betreft: werknemer van 45 jaar – dienstverband 15 jaren en 7 maanden - salaris € 3.000 (bruto per maand incl 8% vakantiegeld)

Eerste 10 jaar: 1/6 per 6 maanden = 20 x € 3000 x 1/6 = € 10.000

Alle volgende jaren (5,5 dienstjaren): ¼ per 6 maanden =11 x € 3000 x ¼ = € 8.250

Maakt totaal € 18.250,- bruto

Billijke vergoeding

Ingeval van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever kan een billijke vergoeding bij de kantonrechter worden verzocht.

Te denken valt dan aan:

  • seksuele intimidatie;
  • veronachtzamen re-integratie;
  • onvoldoende zorg arbeidsomstandigheden;
  • valse ontslaggrond;
  • dringende reden;
  • verstoorde arbeidsverhouding wegens onthouden verbetertraject.

Deze vergoeding dient echter zeer beperkt te worden toegekend (het “muizengaatje”).

De huidige jurisprudentie laat ook zien dat er, indien een billijke vergoeding wordt toegekend, deze bedragen beperkt zijn en niet vergeleken kunnen worden met de vroegere kantonrechtersformule.